• Kleutersportkamp (2de-3de KK)

    De kinderen maken in de loop van de week kennis met maar liefst 28 verschillende sporten. Zowel bekende als minder bekende sporten komen aan bod. Dolle pret staat de hele week door op het programma. 

  • Streetdance-omnisportkamp (1ste-3de lj)

    Dit is de unieke kans voor alle kinderen die hun bewegende expressie in een mooi kleedje willen steken en verschillende dansstijlen onder de knie willen krijgen. Het Dans-omnisportkamp biedt een waaier van omnisporten aan, afgewisseld met originele dansjes. Dit alles gebeurt onder leiding van een professionele danslerares en ervaren sportmonitoren. De kinderen krijgen 1u dansles in de voormiddag en 1u dansles in de namiddag. Ze werken toe naar een showmoment op vrijdagnamiddag om 16u.

  • Streetdance-omnisportkamp (4de-6de lj)

    Dit is de unieke kans voor alle kinderen die hun bewegende expressie in een mooi kleedje willen steken en verschillende dansstijlen onder de knie willen krijgen. Het Dans-omnisportkamp biedt een waaier van omnisporten aan, afgewisseld met originele dansjes. Dit alles gebeurt onder leiding van een professionele danslerares en ervaren sportmonitoren. De kinderen krijgen 1u dansles in de voormiddag en 1u dansles in de namiddag. Ze werken toe naar een showmoment op vrijdagnamiddag om 16u.

  • Avontuurlijk-omnisportkamp (2de-3de lj)

    Tijdens het avontuurlijk omnisportkamp verleggen de kinderen hun grenzen. Alledaagse sporten worden afgewisseld met nieuwe uitdagingen. Als kers op de taart, een daguistap naar Weyneshof te Rijmenam waar een hindernissenparcours hen te wachten staat. Hou je van avontuur dan is dit zeker iets voor jou!

  • Omnisportkamp (1ste-3de lj)

    De kinderen nemen in de loop van de week deel aan 24 verschillende sporten. 
    Om de kinderen wat uit te dagen staan kleine onderlinge duels en competities op programma. 

  • Minisportkamp (1ste KK)

    Tijdens het minisportkamp zetten de allerkleinsten hun eerste stapjes binnen onze sportvereniging. Exploreren en experimenteren met verschillende materialen staat hier centraal. Samen met de vriendjes gaan ze op ontdekking en beleven ze hun eerste maar onvergetelijke sportmomenten.

  • Crea-kleutersportkamp (2de-3de KK)

    In ieder van ons zit van jongs af een Picasso verscholen. Het Crea-kleutersportkamp is een kamp waar creativiteit wordt afgewisseld met verschillende sportactiviteiten. Naast knutselactiviteiten kunnen de kinderen genieten van heel wat lichaamsbeweging onder begeleiding van ervaren sportmonitoren.

  • Avontuurlijk-omnisportkamp (4de-6de lj)

    Tijdens het avontuurlijk omnisportkamp verleggen de oudste kinderen hun grenzen. Alledaagse sporten worden afgewisseld met nieuwe uitdagingen. Naast een mountaibikenamiddag en een oriëntatiespel staat er een daguistap naar 'Weyneshof' te Rijmenam (of provinciaal domein 'De Schorre' te Boom) op het programma. Hier staat een uitdagend hindernissenparcours op jou te wachten. Hou je van avontuur dan is dit zeker iets voor jou!

  • Crea-minisportkamp (1ste KK)

    In ieder van ons zit van jongs af een Picasso verscholen. Het Crea-kleutersportkamp is een kamp waar creativiteit wordt afgewisseld met verschillende sportactiviteiten. Naast knutselactiviteiten kunnen de kinderen genieten van heel wat lichaamsbeweging onder begeleiding van ervaren sportmonitoren.

  • Omnisportkamp (4de-6de lj)

    De kinderen nemen in de loop van de week deel aan 24 verschillende sporten. 
    Om de kinderen wat uit te dagen staan kleine onderlinge duels en competities op programma. 

Inloggen

E-mail:
Wachtwoord:
Wachtwoord vergeten?
« 1 2 3 4 5 »

Hoogleraar Neuropsychologie Erik Scherder: ‘Beweeg. Dat is goed voor je brein’
10/04/2017
Share

Hoogleraar Neuropsychologie Erik Scherder: ‘Beweeg. Dat is goed voor je brein’

Als het aan ‘beweegprofessor’ Erik Scherder lag, stonden er morgen fietsjes in de klassen, zodat kinderen even de benen kunnen laten werken. Want bewegen houdt je kind niet alleen lichamelijk fit: het brengt ook zijn brein in topconditie. Trouwens, ouders knappen daar zelf ook enorm van op. Je geheugen verbetert en problemen oplossen gaat makkelijker, om maar een paar voordelen te noemen. ‘Alles gaat lekkerder als je beweegt.’

Erik Scherder is een levende wake-up call. Voor die acht kilometer die je moet overbruggen om hem te interviewen pak je daarom natuurlijk niet de auto. Nee, je neemt de fiets. Onderweg hoop je dat Scherders werkkamer op de Vrije Universiteit in Amsterdam zich niet op de negende verdieping bevindt. De lift moet je namelijk links laten liggen; daar heeft Erik Scherder een broertje dood aan. Dus loop je de Scherderroute via voetstappen die je rechtstreeks het trappenhuis in leiden. Heb je die hobbels eenmaal genomen, dan wacht op Scherders kamer nog de hometrainer. Daarop deed Brandpunt-presentator Sven Kockelmann ook zijn tv-gesprek met een even hard trappende Scherder.

Je moet er wat voor over hebben als je de beweegprofessor interviewt. Die laat zelf geen gelegenheid onbenut om zijn boodschap - of hartenkreet, zoals hij het noemt - uit te dragen: mensen, beweeg! ‘Ik heb een missie,’ schrijft hij in zijn boek Laat je hersenen niet zitten. ‘Ik wil iedereen, jong en oud, doordringen (…) van de mogelijke gevolgen van niet-bewegen en van de winst van wél bewegen.’ En daarvoor gaat hij zelfs in De Wereld Draait Door op tafel staan.

Tegenwoordig willen mensen ook met hem op de foto. Vroeger waren de bezoekers van de lezingen, die hij al een paar jaar samen met oud-schaatser Ard Schenk en neurobioloog Dick Swaab geeft, alleen geïnteresseerd in een kiekje met die twee beroemde sprekers. ‘Dat vond ik een beetje sneu voor mezelf.’ Nu is hij ook een Bekende Nederlander. En dat levert dan leuke voorvallen op, zoals die meneer die hem aansprak bij het fietsstoplicht: ‘Professor Scherder! Mijn vrouw ligt met u in bed!’ Zijn drie volwassen kinderen houden intussen nauwlettend in de gaten of hun pa op sociale media niet te veel klappen krijgt. Gelukkig zijn de meeste reacties positief. En dan is zo’n miljoenenplatform natuurlijk ‘fantastisch’.

Na uiteindelijk niet al te veel lichamelijke inspanning (kamer op eerste verdieping, gewoon op een stoel), is de eerste vraag een inkopper voor Scherder. Ja, hij maakt zich zorgen over het gebrek aan beweging van onze jeugd. Schermtijd verpest hun lichamelijke activiteit. Natuurlijk bieden sommige games een intellectuele uitdaging. Maar heel vaak spelen ze op de automatische piloot. ‘Al dat gedoe in zittende positie doet niks voor je brein of voor je lijf. Wij hingen vroeger in bomen. Speelden uren buiten. Ook in Amsterdam, waar ik opgroeide. Het hele straatbeeld is veranderd. Dat hoor ik overal in het land terug.’

Dat bewegen goed is voor lijf en leden zou zo langzamerhand wel bekend moeten zijn, maar dat het ook je brein in topconditie brengt weet nog niet iedereen. ‘In feite zet je de motor van je hersenen aan door te bewegen. Je brein gaat beter werken. Je denkt sneller, komt misschien eerder op nieuwe ideeën.’ In zijn boek legt Scherder precies uit hoe dat werkt. Als je loopt, gaat het hart werken. Dat fungeert ook als pomp voor het bloed in de bovenkamer. Een goede doorbloeding versterkt de communicatie tussen de verschillende hersengebieden en de stofwisseling in het brein; signaaltjes gaan sneller over van het ene naar het andere breindeel. Hoe actiever die stofwisseling, hoe actiever de hersenen. Je raakt aroused. In zo’n staat van opwinding - in de goede zin van het woord - ben je alert, geconcentreerd en gefocust omdat je hersenschors een schop onder zijn pan heeft gekregen. En laten in het voorste gedeelte van die schors (de zogenaamde prefrontale cortex) nou net belangrijke executieve functies huizen als de kunst van het plannen, snel schakelen, problemen oplossen en emoties in bedwang houden. ‘Zo creëer je een betere basis om te leren en je aandacht erbij te houden.’

Een recente studie levert het bewijs: kinderen die veel bewegen presteren beter op school. Nogal wiedes, denken wij na Scherders uitleg, ze worden er immers slimmer van? Ho, ho, tempert Scherder hooggespannen verwachtingen. Zo simpel ligt het niet. Ten eerste bepalen ook andere factoren (milieu, erfelijke bagage et cetera) of een kind een succes wordt op school of niet. Ten tweede blijkt uit onderzoek dat vooral kinderen die laag presteren (low performers) ervan profiteren. Vandaar Scherders verontwaardiging dat juist de meest kwetsbare kinderen in wetenschap en praktijk nogal eens worden vergeten.

‘Van kinderen met een functionele beperking gaat mijn hart harder kloppen. Als die toch eens meer zouden gaan bewegen! Weet je hoeveel studies daarnaar zijn gedaan? Vier. Niet meer.’ Terwijl zij er zo ongelooflijk veel baat bij zouden kunnen hebben. Wie al veel sport, wint bijna niks met extra beweging. Zo’n high performer heeft al een hogere hersenactiviteit. Maar kinderen die een voornamelijk zittend leven leiden - ook die zónder beperking - en vanuit die luierstand in actie komen, die pakken winst.

Overigens moet die beweging dan wel aan een aantal eisen voldoen. ‘Wil het werken, dan moeten ze wel minimaal twintig minuten hebben bewogen.’ En verder gebeurt er ook niet veel als ze af en toe even een spurtje maken, maar het grootste deel van de dag op hun billen zitten. Dat geldt ook voor volwassenen: reden waarom Scherder tijdens een werkdag af en toe op zijn hometrainer kruipt. ‘Zelfs meer dan een uur per dag fietsen zoals ik doe, is onvoldoende als je niet tussendoor ook nog even dat systeem wakker schudt.’ Daarom is Scherder ook zo’n voorstander van actieve pauzes tussen de lessen en van fietsjes in de klas waardoor ze even de benen kunnen laten werken. En laten leerkrachten er alsjeblieft ook op letten dat hun leerlingen tijdens de pauze niet lui tegen de schoolmuur blijven hangen.

Een kant-en-klaar recept om kinderhersenen niet te laten zitten, bestaat niet. Maar als het dan toch moet, zou Scherder zeggen: ‘Minstens één uur achter elkaar en niet zes keer tien minuten. Intensief maar weer niet té, waardoor een kind uitgeput raakt. In een vorm die ze plezier doet: tikkertje, verstoppertje. En liefst doel-gericht; niet bewegen om het bewegen.’ Wat de beweeg-professsor bedoelt, is dat de activiteit bij voorkeur moet plaatsvinden in een verrijkte omgeving waarin iemand meer zintuiglijke prikkels tegelijk ervaart. Rennen op een voetbalveld in plaats van op een loopband. Fietsen op straat in plaats van op een hometrainer. ‘Dan wordt er een groter beroep gedaan op je breincapaciteit: je moet opletten dat je niet tegen iemand aanrent, afremmen, ander verkeer in de gaten houden. Bewegen alleen is niet genoeg. Dat is slechts een onderdeel van zo’n verrijkte omgeving. Ook muziek, spelletjes spelen, museumbezoek of voorlezen verrijken. Uit onderzoek blijkt dat de combinatie van fysieke en cognitieve inspanning het meeste resultaat oplevert.’

Uitdaging. Daar draait het om. ‘Ons brein heeft steeds iets nieuws nodig. Anders zakt het in. Dat geldt voor grote en kleine mensen. Het lastige is dat kinderen dat niet uit zichzelf zullen opzoeken; hun hersenen zijn nog niet zover. Daar moeten ouders voor zorgen. Slaag je erin je kinderen uit te dagen - op school, in hun hobby’s - dan bied je een ideale omgeving om op te groeien.’ Omgekeerd sus je hun brein in slaap als je ze toestaat onder te presteren. Als je weet waar een beetje lichamelijke activiteit allemaal goed voor is, vraag je je af hoe ouders het überhaupt nog kunnen aanzien dat kindlief voor de buis hangt. Want beter worden op school is nog maar één ding. Doordat ze hun impulsen beter leren beheersen, worden ze ook socialer: ze kunnen ‘even dimmen’. Hun geheugen verbetert - omdat ze ook beter in staat zijn allerlei irrelevante informatie af te remmen. Problemen oplossen gaat ook makkelijker - omdat hun brein flexibeler is. En bovendien worden ze er volgens Scherder ook gelukkiger van. ‘Je wordt steeds beloond als je merkt dat alles lekkerder gaat als je beweegt. Op den duur ga je daarnaar verlangen. Dat draagt bij aan het gevoel van welbevinden.’

Van jongs af aan werken aan je breinconditie betekent investeren in je oude dag. Je bouwt namelijk op die manier een cognitieve reserve op. ‘De eerste 25 jaar zijn de hersenen nog volop in ontwikkeling. Wie bereid is zich in te spannen, maakt zijn hersenpan complexer en rijker. Die cognitieve reserve fungeert als buffer tegen allerlei mogelijke ziekten of kwalen op latere leeftijd als dementie en geheugenproblemen. Die mensen doen het veel langer goed dan lakse types die vroeger niet vooruit te branden waren. Uiteindelijk gaat het systeem ook bij hen down, maar later.'

Natuurlijk moet je dan niet gaan indutten. Is dat op zich al voldoende reden voor ons, ouders, om actief te blijven, een extra duwtje om de loopschoenen weer eens uit de kast te halen vormt Scherders oproep om het goede voorbeeld te geven aan ons nageslacht. Dat begint al als je baby net goed en wel op de wereld is afgeleverd. ‘Zien bewegen doet bewegen. Zelfs als je alleen maar kijkt, wordt het motorische systeem geactiveerd. Heel belangrijk dus voor de motorische ontwikkeling van kinderen. Dat komt omdat onze spiegelneuronen ervoor zorgen dat wij gedrag gaan nadoen. Je voelt de impuls om het zelf ook te gaan doen. Ook als je blijft zitten, gebeurt er iets. Maar natuurlijk wel veel minder.’

Scherder heeft zijn eigen drietal altijd meegenomen naar de tennisbaan, waar hijzelf fanatiek de ene na de andere bal over het net sloeg. ‘Gingen ze in de zandbak spelen. We waren de hele dag met ze op pad.’ Alle drie hebben ze op hoog niveau getennist, tot aan bondstennis toe. En nog steeds zijn ze sportief. ‘Ze houden dat hun hele leven bij zich.’

Beweegopvoeding geslaagd dus. Op één klein puntje na: het bespelen van een instrument hebben Scherder en zijn vrouw er bij hun kinderen niet in gekregen, al hebben ze ‘echt hun best gedaan’. Deze bekentenis luidt het moment in om de vraag te stellen die al de hele tijd op de lippen brandt. Wat als het je niet lukt je kind uit zijn gamestoel en in zijn gymtenue te krijgen? Zeker pubers haken massaal af bij sportclubs en lijken verslaafd aan hun schermen.

‘Tja. Hier zwijgt de spreker toch een beetje. Het is complex. Maar ik denk dat een voorbeeldfunctie ook hier essentieel is. Wie zelf de hele avond achter zijn tablet zit, moet niet verbaasd zijn dat zijn kinderen dat ook doen. Die ouders zouden eigenlijk die hele rotzooi aan de kant moeten gooien. En in plaats daarvan Monopoly op tafel moeten zetten. Maar nee, makkelijk is het zeker niet.’ Daarom nogmaals de hartenkreet: begin vroeg!

 

Erik Scherder (63) begon als fysiotherapeut en studeerde later neuropsychologie, waarin hij in 1995 promoveerde. In 2004 werd hij hoogleraar Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2008 is hij hoogleraar neuropsychologie aan de VU Amsterdam. Zijn studenten riepen hem meerdere keren uit tot beste docent vanwege zijn boeiende colleges. Matthijs van Nieuwkerk nodigt hem regelmatig uit in De Wereld Draait Door. Scherder is getrouwd en heeft twee zoons van 29 en 23 en een dochter van 27. Onlangs verscheen zijn boek Laat je hersenen niet zitten(Athenaeum - Polak & Van Gennep,
€ 17,99).


https://www.jmouders.nl/vrije-tijd/sport-en-beweging/beweging/hoogleraar-neuropsychologie-erik-scherder-beweeg.-dat-is-goed-voor-je-brein
Finland: “Punten geven is bij wet verboden”
05/01/2015
Share

Finland: “Punten geven is bij wet verboden”

Het onderwijsparadijs van Europa. Zo wordt Finland genoemd. Finse lagereschoolleerlingen hebben van alle Europese landen het minste uren les en het minste huiswerk. Toch scoren ze het beste op internationaal PISA-onderzoek. Hoe ze dat flikken? Met gemotiveerde leraren, grote speelplaatsen en veel knuffels. Zonder punten.

Op de speelplaats van de Pöllönkangasschool in Oulu ligt de sneeuw zo hoog dat de basketring nog net boven de berg uitpiept. De leerlingen druppelen in skioutfit de schoolpoort binnen. Als de skipakken en -laarzen zijn uitgetrokken en de leerlingen op kousen naar hun klaslokalen wandelen, ziet deze school er niet zo verschillend uit van een Vlaamse school. “Verrassend. Wij dachten hier de modernste onderwijsvormen en technieken te zien”, zegt Georges Vanderwegen, directeur van De School in Kessel-Lo die in het kader van een Comeniusproject samen met drie andere Vlaamse leraren een week in Finland les volgt. In de plaats daarvan lange gangen, grote en kleine klassen met banken netjes in rijen of in een U-vorm, krijtbord of smartboard vooraan … “Het onderwijs in Finland is redelijk traditioneel”, zegt juf Heli Grönroos. Waar zit dan het verschil met de andere landen die allemaal slechter scoren in internationale onderzoeken? “Ik denk dat onze leerlingen gelukkiger zijn op school. En daardoor liever en beter leren.”

 

Drie jaar dezelfde klas

Wanneer Heli de klas binnenstapt, springen meteen vijftien lachende gezichtjes rond haar benen. Iedereen krijgt een knuffel van de juf. Heli geeft les in het eerste leerjaar, maar volgend jaar verhuist ze mee met haar leerlingen naar het tweede en het jaar daarop naar het derde. “Dat heeft veel voordelen. We kennen elkaar door en door. Mijn leerlingen weten wat ze van mij kunnen verwachten en ik weet hoe ik elk van hen aanpak.”

Dat het niet vanzelfsprekend is om elk jaar nieuwe leerstof te geven, vindt ze een rare bedenking. “Natuurlijk is het gemakkelijker als je elk jaar opnieuw de lesvoorbereidingen van vorig jaar kan gebruiken, maar ik geef toch geen les voor mezelf? Voor de leerlingen is dít systeem beter. Ze zien mij als een tweede mama. Omdat ze zich goed bij mij voelen, leren ze gemakkelijker. En ze hoeven op het einde van het jaar niet allemaal hetzelfde minimumniveau te halen. Als een leerling trager vordert met een vak, werk ik daar volgend jaar gewoon verder aan, op zijn niveau. Niemand moet blijven zitten.”

Wim Keyen van het tweede leerjaar in Kessel-Lo zou meteen tekenen voor zo’n doorschuifsysteem. “Ik heb niet het gevoel dat hier meer gedifferentieerd wordt dan in Vlaamse scholen. Maar doordat je drie jaar krijgt met je klas in plaats van één, kan je via een gerichte individuele aanpak meer uit elke leerling afzonderlijk halen. Het werk met mijn leerlingen voelt soms niet af op het einde van het schooljaar. Een aantal hebben tijd nodig om zich aan mij aan te passen. Pas daarna boeken ze veel vooruitgang. Die zetten op 1 september een stap terug als ze weer een nieuwe leraar voor de klas krijgen.”

Punten verboden

Een misverstand is dat er in het Finse basisonderwijs geen toetsen of examens zijn. “We toetsen de leerstof wel”, zegt Heli. “Alleen plakken we er geen cijfers op. Dat is bij wet verboden in de eerste jaren van het basisonderwijs. Maar je moet als leraar wel weten waar je leerlingen staan.” De toetsen die Heli geeft zijn niet voor elke leerling gelijk. Dat vindt ze vanzelfsprekend. “Waarom zou je een jongen die goed is in wiskunde op dezelfde manier testen als iemand die er problemen mee heeft? Je moet testen wat ze wel en niet kunnen, elk op hun niveau. Alleen zo steek je er als leraar iets van op.” Heli is blij met de wet die cijfers geven verbiedt. “Ofwel haal je goede punten en dan heb je weinig aan een toets. Ofwel heb je problemen met de leerstof en maken slechte resultaten het nog erger. Je zin om te leren daalt, je ouders zijn kwaad, je schaamt je … Ik geloof niet dat daar één leerling beter van wordt.”

Ruimte voor spelen

Na 45 minuten is de les Fins al gedaan. Speeltijd! Alle leerlingen trekken snel hun skikleren aan en lopen naar buiten. Zelfs bij min vijftien. De Vlaamse leraren zijn verwonderd: “Nu al?” “Buiten spelen zit ingebakken in onze cultuur”, antwoordt Heli. “We geloven erin dat leerlingen daar beter van worden. Hoe meer ze spelen en energie opdoen, hoe beter ze zich daarna kunnen concentreren.”

“Ik schrik hoe weinig ‘les’ hier gegeven wordt”, zegt Georges, de directeur van De School. “De leerlingen maken tien oefeningen en dan zijn ze weer gaan spelen. Maar ik zie ook wat het opbrengt. Leerlingen zitten hier niet ongeconcentreerd te schuifelen op hun stoel. Ze zijn rustig, letten goed op, doen mee. Je leert aan frisse leerlingen meer op een half uur dan aan uitgebluste leerlingen op twee uur. Terwijl onze Vlaamse leraren net denken ‘ik moet dit en dit allemaal gezien hebben, want anders ben ik slecht bezig als leraar.’ Ze stellen zich minder vaak de vraag of leerlingen wel iets hebben aan al die leerstof en oefeningen.”

Peter Lemmens, leraar LO van De School ziet nog een ander verschil. “Kijk hoeveel ‘ravotruimte’ ze hier hebben. Vlaamse scholen besteden weinig aandacht aan speelplaatsen. Alle aandacht gaat naar klassen. We zetten de speelplaats zelfs vol containers om nieuwe klassen te creëren. We nemen hun speelruimte af. Wij zien spelen niet als ‘leren’, terwijl ze daar ongelooflijk veel van opsteken.”

Lesvrije uren ook op school

Finse leraren geven in principe alleen ’s ochtends les. Ten laatste om 14 uur zijn alle leerlingen naar huis en is het muisstil in de gangen en de klassen. Toch blijven alle Finse leraren op school. “Echte vergaderingen zijn er weinig”, zegt Armi Seppänen , juf in het vijfde leerjaar. “Wel overleggen we constant met andere leraren. Heel wat leerlingen hebben extra zorg nodig. Soms werkt een aanpak niet, en dan bekijken we de alternatieven. Soms bereiden samen met een paar collega’s een les voor.” De Vlaamse leraren kijken op van die flexibiliteit. “Wij zijn te veel op onze eigen klas gefocust”, zegt Wim. “We dulden weinig inbreng van anderen. Terwijl je samen vaak wel een pak verder komt. Verzachtende omstandigheid: onze lessen zijn pas om 16 uur gedaan.” “Maar wij hebben toch ook lesvrije uren”, reageert directeur Georges. “Die worden vaak niet ten volle benut. Ik zou het fijn vinden als elke leraar tot half vijf op school zou blijven. Beschikbaar voor overleg. Zo hoeven we ‘s avonds niet meer te vergaderen. Ik maak me sterk dat alle overlegmomenten tussendoor of tijdens lesvrije uren kunnen.”

‘Zwakke’ vakken

In de lerarenkamer zijn juf Armi en meester Jarkko druk in gesprek over een leerling uit Armis klas. Het meisje is een technisch wonder, maar wil volgend jaar toch liever de optie ‘naaien’ kiezen in plaats van ‘techniek’. “Jarkko kent het meisje heel goed”, verduidelijkt Armi. “We geven les in elkaars klassen. Ik spreek goed Engels, maar ben een kluns in techniek. Dus neemt Jarkko mijn techniekles over terwijl ik Engels geef in zijn klas.” Armi staat dit jaar in vijf verschillende klassen. In het begin van het schooljaar puzzelen de leraren samen een schema in elkaar. De vakken die je liever niet geeft, gooi je op tafel. Een andere leraar kan dat vak dan nemen. Zo maakt elke leraar zijn pakket klaar. Toch doen de Finnen dat niet om het zichzelf makkelijk te maken. Wél omdat ze geloven dat de leerlingen er beter van worden. “Ook leraren hebben ‘sterke’ en ‘zwakke’ vakken. Wat hebben mijn leerlingen aan een juf die niet sterk is in techniek?” zegt Armi. “Dan leren ze het toch beter van Jarkko, die gedreven is en weet waarover hij praat?”

Geen gestandaardiseerde toetsen, geen punten, drie jaar lang dezelfde klasjuf … Het argument waarom de Finnen doen wat ze doen kent slechts één antwoord: het is het beste voor de leerlingen. “Het Finse systeem is niet altijd vergelijkbaar met het onze”, weten de Vlaamse leraren. “Ze hebben een andere populatie, andere problemen, minder armoede. Wij doen het in moeilijkere omstandigheden zeker goed. Maar het is aanstekelijk hoe leraren zichzelf steeds op de tweede plaats zetten en er zo voor zorgen dat leerlingen optimaal kunnen leren. We hebben vooral iets over onszelf als leraar geleerd”, besluit Georges.

Door: Klasse.be


http://www.klasse.be/leraren/36616/finland-punten-geven-is-bij-wet-verboden
Twee uur extra gym verbetert schoolprestaties
17/10/2014
Share

Twee uur extra gym verbetert schoolprestaties


Elke week maar twee uur extra bewegen verbetert de schoolprestaties. Dat blijkt uit een onderzoek onder zo'n 2.000 12-jarigen van de Universiteit van Göteborg.

Voor het onderzoek kregen 408 kinderen van twaalf jaat uit Göteborg en omstreken elke week twee uur sportactiviteiten aangeboden op school, in samenwerking met een lokale sportvereniging.

Dit is bijna twee keer zo veel beweging als er normaal in hun schoolprogramma opgenomen was. 

Het effect van de extra sportlessen werd gemeten aan het behalen van de Zweedse nationale leerdoelen. Deze actieve scholieren werden daarbij vergeleken met leerlingen van drie vergelijkbare scholen die niet meer waren gaan bewegen.

Duidelijk effect

Volgens de onderzoekers is het effect duidelijk: van de leerlingen die extra beweging kregen, behaalde een groter deel de leerdoelen van de vakken Zweeds, Engels en wiskunde, dan van de minder actieve scholieren.

"Je kunt zeggen dat twee uur per week extra lichamelijke opvoeding de kans verdubbelt dat een leerling de nationale leerdoelen haalt. Bij de controlescholen waar de scholieren geen extra beweging kregen, zagen we deze verbetering niet - eerder het tegenovergestelde", zegt Thomas Linden.

"Er is discussie over of meer gym ten koste gaat van de tijd voor andere vakken waardoor de schoolprestaties achteruit zouden gaan. Onze studie toont aan dat het precies andersom is".

De resultaten van het onderzoek zijn verschenen in de Journal of School Health.

Door: Gezondheidsnet


http://www.nu.nl/gezondheid/3903941/twee-uur-extra-gym-verbetert-schoolprestaties.html

« 1 2 3 4 5 »

Inschrijvingen 2019

Op 14 januari 2019 kunnen kinderen die reeds deelnamen aan onze sportkampen inschrijven voor de sportkampen 2019. Nieuwe deelnemers kunnen dit vanaf 28 januari 2019.

Laatste foto's

Omnisportkamp (4de-6de lj)

van 12/08/2019 tot 16/08/2019
Omnisportkamp (1ste-3de lj)

van 12/08/2019 tot 16/08/2019
Kleutersportkamp (2de-3de KK)

van 12/08/2019 tot 16/08/2019

Laatste nieuwtjes

Reactie sportkamp 03-07/04/2017 (10/04/2017)
... Lees meer
Reactie sportkamp 03-07/04/2017 (10/04/2017)
... Lees meer
Reactie sportkamp 03-07/04/2017 (10/04/2017)
... Lees meer